Groei of bloei?

Het aantal leden en de handel met circulair geld in Circuit Nederland groeien nu flink. Deze groei is geen doel op zich. Om dit toe te lichten, hieronder een bewerkt fragment uit ons boek ‘Over een @nder soort geld’ uit 2016 (te bestellen via website of tel. 030-2314314):

Onderscheid economische groei en bloei
Het is belangrijk om onderscheid te maken tussen economische groei en economische bloei. Als geld uit het niets wordt gecreëerd en vervolgens rente moet opbrengen, krijgt de samenleving een keuze opgedrongen tussen groei en crisis. Of er is voldoende groei om de rente te betalen, of er is onvoldoende groei en dan zijn er problemen.

Ontplooien van talenten leidend
Aan de andere kant hebben we economische bloei. Die kan ontstaan als we de geld-schepping weghalen uit de sfeer van winstmakers en als we zoals in Circuit Nederland een betaalmiddel zonder rente gebruiken. Dan hoeven we niet meer een groot deel van ons inkomen als rente af te dragen aan de allerrijksten. We besteden het of we investeren het in onze omgeving. Het geeft deelnemende bedrijven de kans om zich te ontwikkelen zonder de dwangmatigheid die de huidige economie kent. De kansen van ondernemende mensen om klanten te vinden worden groter. Zij hoeven immers de resultaten van hun onderneming niet meer grotendeels als rente naar de bank te brengen en kunnen dus lagere tarieven hanteren. Daarmee wordt het ontplooien van talenten leidend, in plaats van de druk om geld te laten vermeerderen.

Natuurlijke vernieuwing
Deze bloei verloopt volgens een natuurlijk groeiproces. In het begin is er een snelle toename van de productie. Er lekt minder geld weg naar de financiële sector, waardoor er verhoudingsgewijs meer geld
beschikbaar is als koopkrachtige vraag.
Intussen ontstaat er nieuwe werkgelegenheid, omdat die alleen zichzelf hoeft terug te verdienen en niet ook nog eens de rente. Na zo’n fase van versnelling worden gaandeweg alle kwaliteiten optimaal toegepast. Als de rente dan laag blijft, zwakt de groei af tot op het niveau van een natuurlijke vernieuwing rond het vervangingstempo, doordat economische afschrijving gaat domineren.